Om te herinneren….

Cosimo Amron van Essen

Oorlog was meer in het verleden, Maar ook nog steeds in het heden. Vrede is er niet altijd, Soms is het gewoon kwijt, Niet iedereen zit op school met krijt.

Mensen zitten in de kelder, Want het was boven niet helder, Toen ze gevonden waren, werden ze naar een kamp gestuurd.

Mensen hadden honger en waren halfdood, Niemand genoot, Er was niemand die vrijheid bood. Toen het Amerikaanse lood kwam, Sprongen ze omhoog als een hanenkam.

Ze gingen naar huis, na al die tijd was er vrijheid, Ze waren allemaal blij. Ze hadden weer eten, Dit moment zouden ze nooit vergeten.

Vrijheid

Martinus Moreira Rasser

Vrijheid is geen school. School is net gevang. Zes uur lang doen wat de leraren zeggen. En voor sommigen geldt de schoolopvang.

Gelukkig is er ook vakantie. Dan word je spontaan heel blij. Want dan is er geen school. Dan voel je je heel vrij.

Voor ouderen is vrijheid meer dan dat. Voor hen is vrijheid geen oorlog in hun land. Dan wordt er niet met elkaar gevochten. En schudden ze de hand.

Vroeger was vrijheid Amerika. Ze noemden het ‘the land of free’. Daar was er toen nooit oorlog, Dus dacht iedereen, JIPPIE.

Een kleine jongen

Jack van Diemen

Keesje is een kleine jongen.

Misschien net 13 jaar.

Keesje wil graag zijn moeder helpen.

Keesje zijn moeder heeft nu kolen nodig.

Maar Keesje is alles behalve overbodig.

‘s Morgens in de vroege uurtjes.

Is Keesje vroeg uit bed.

‘Wees gerust’ zei hij tegen z’n moeder.

Ik ben terug voor je erop let.

In zijn dunne pak.

Zal hij kijken hoe hij kolen mag.

Met honger in de maag,

Zie je hoe hard hij jaagt.

Koude winter

Joes Overmulder

Keesje Brijde was dertien
Ging kolen stelen, maar iemand had hem gezien

De Duitser had een geweer
en schoot toen 1 keer

Hij was op verboden gebied
waar je nu nog steeds zijn monument ziet

Hij heeft veel moed
met wat hij doet
Er is zelf een straat naar hem vernoemd

Het was 1944, Hongerwinter dat jaar
We mogen nooit vergeten hoe het was, hoe zwaar.

Kleine Keesje

Roef Möhlmann

Hij was zo nieuwsgierig
samen met de anderen
Zochten zij zo gierig
Naar steenkool steenkool
naar steenkool steenkool
Want dat gaf warmte
Wat dat gaf voed
Het enige, het enige
Want dat bracht hem moed
naar steenkool steenkool
naar steenkool steenkool
Helaas ging het niet goed
Ze hadden niet zo veel
Er was geen eten
Veel om te vergeten
Maar hij zette door
Niks kon hem dan stoppen
Tot die ene dag
Toen zag hij geen moffen
Maar hij had het fout
Er was er toch een
Die zijn laatste ronde dee
Och wat zat het niet mee
Kleine Keesje,
Hij was zo nieuwsgierig
Samen met de anderen
Zochten zij zo gierig
Naar wat, naar steenkool
Naar wat, naar voed
Tot die ene dag, toen bracht het hem GEEN goed

Keesje Brijde

Isa Wimmers

Keesje Brijde 13 jaar
had het in de oorlog superzwaar.

Dag in dag uit
ging hij er tussenuit

‘s Ochtends vroeg ging hij kooltjes rapen
waar hij van moest gapen.

Maar door die domme malloten
werd hij tijdens het kooltjes rapen de dood in geschoten.

Nu ligt hij in zijn graf
maar dat was niet zijn verdiende straf.

En toen werd het stil

Lena Imoula

Ik had het koud.
Ik had honger.
We hadden allemaal honger.

Mijn elf broertjes en zusjes hadden de enige deken.

Vanavond ga ik weer, dacht ik.
Morgenochtend zijn we dan een beetje warm.
Hoopte ik.

Het werd donker.
Het werd 10 uur.
Ik ga weer mam, fluisterde ik, maar ik kom terug.

En daar ging ik.
Daar ging ik door het donker.

Ik liep en dacht aan morgenochtend.
Hoe we daar zouden zitten,
met z’n allen om de haard.
Met een heel klein vuurtje,
om een beetje warm te worden.
En daar had ik dan voor gezorgd.

Het ging goed.
De zak werd steeds voller.

Ik keek in mijn zak.
Ik hoorde een knal,
en ik was weg.

Nu zit ik op een wolkje.
Ik zal altijd dertien blijven.

Kooltjes rapen

Morris Ponten

Keesje was amper 13 jaar
En toen op een verschrikkelijke dag was zijn leven klaar

Keesje ging kooltjes rapen
Om zijn moeder blij te maken

Kooltjes voor de open haard
Maar was het dat wel waard

Hij is toen gezien op dat terrein
En dat vond een Duitser niet fijn

Hij is toen omgekomen
Alleen maar omdat hij iets fijners wou om in te wonen

Anders dan gedacht

Kamar Griekspoor

Met goede moed ga ik naar buiten

Kolen halen voor mijn moeder

Het is zo koud bij ons thuis

Net als ik een kooltje raap

Voel ik een krampende pijn aan mijn nek

Dan voel ik niets

Ik val op de grond en zie de sterren van dichtbij

Kolentocht

Filippa Tilroe

Daar loopt een jongen

door de Rietlanden

Het is koud, hij zoekt kolen

Bevroren zijn zijn koude handen

als het ijs op de polen

Dan klinkt een knal en wordt het weer stil

Geen geluid meer, zelf geen gil

De oorlog gaat voorbij

Maar Keesje was al vrij.